Carlsen domineerde opnieuw met een strategie die de grenzen van het schaakbord verlaagde. Zijn 10-dimensionale aanpak combineerde logica, intuïtie en psychologie. In de finale van de Grand Slam Tour bracht hij zijn tegenstander in een positie waarin elke zet een strategische keuze was. Zijn overtuiging dat schaak meer dan een spel is, maakte hem onoverwinnelijk.